ECLI:NL:CRVB:2020:1400
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het betalen van griffierecht verplicht bij het indienen van een beroepschrift, en dit is van overeenkomstige toepassing op hoger beroep volgens artikel 8:108 Awb Pro.
Appellant is op 4 december 2019 en opnieuw op 4 januari 2020 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €128,- binnen een gestelde termijn. Tevens is appellant geïnformeerd over de mogelijkheid om een beroep op betalingsonmacht te doen. Het griffierecht is echter niet voldaan binnen de termijn, noch is een verzoek om ontheffing ingediend.
Hierdoor is het beroepschrift niet tijdig ingediend en is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum op 3 juli 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.