ECLI:NL:CRVB:2020:1395
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging vrijwillige verzekering Ziektewet na wijziging rechtsvorm onderneming
Appellant was sinds 1998 vrijwillig verzekerd voor de Ziektewet als eigenaar van een eenmanszaak. In 2008 wijzigde hij de rechtsvorm van zijn onderneming in een B.V. en werd hij directeur-grootaandeelhouder (DGA). In 2017 meldde appellant zich ziek en vroeg een ZW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat een DGA niet als werknemer wordt beschouwd voor de ZW.
Appellant verzocht vervolgens om beëindiging van de vrijwillige verzekering en restitutie van premies vanaf 2008. Het UWV beëindigde de verzekering per 24 juli 2017, omdat een terugwerkende kracht niet was toegestaan. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het UWV eerder op de hoogte was van de wijziging van rechtsvorm en dat het zijn eigen verantwoordelijkheid was om informatie in te winnen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn verzekering van rechtswege was beëindigd in 2008 en dat het UWV onterecht vasthield aan de gedragslijn die beëindiging slechts per toekomstige datum toestaat. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat artikel 67a ZW vereist dat het UWV de beëindiging vaststelt en dat geen sprake is van beëindiging van rechtswege. Omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het UWV eerder dan 2017 op de hoogte was, was de beëindiging per 24 juli 2017 terecht.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De vrijwillige verzekering Ziektewet van appellant is terecht beëindigd per 24 juli 2017.