ECLI:NL:CRVB:2020:1379

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 juli 2020
Publicatiedatum
3 juli 2020
Zaaknummer
19/4148 AOW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:11 AwbArt. 8:57 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late indiening

Appellant had bezwaar gemaakt tegen een afwijzende beslissing van de Sociale verzekeringsbank (Svb) inzake een AOW-uitkering. Na afwijzing van het bezwaar door de Svb, diende appellant een beroepschrift in bij de rechtbank Amsterdam. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift te laat was ingediend.

In hoger beroep stelde appellant dat het beroepschrift wel tijdig was ingediend en dat het binnen een week na het verstrijken van de termijn was ontvangen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het beroepschrift uiterlijk op de uiterste datum ter post had moeten worden bezorgd en binnen een week daarna ontvangen moest zijn. De datumstempel op de envelop toonde echter dat het beroepschrift pas na de termijn was afgestempeld en ontvangen.

De Raad concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het beroepschrift tijdig was verzonden, waardoor de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk had verklaard. Er was geen aanleiding om af te wijken van deze beslissing op grond van de Awb. De uitspraak van de rechtbank werd dan ook bevestigd.

Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

19.4148 AOW

Datum uitspraak: 2 juli 2020
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
29 augustus 2019, 18/5255 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft [naam] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam. Het Gerechtshof heeft dit doorgezonden aan de Raad, omdat niet het Gerechtshof maar de Raad de bevoegde instantie is.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend en een nader stuk ingezonden.
Namens appellant is toestemming gegeven een onderzoek ter zitting achterwege te laten. De Svb heeft niet binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht (nader) ter zitting te worden gehoord, waarna de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft gesloten.

OVERWEGINGEN

1. Op het verzoek van appellant om de beslissing van 17 januari 2012 te herzien, heeft de Svb afwijzend beslist op 17 april 2018. Het bezwaar hiertegen is, in een beslissing van
10 juli 2018 (bestreden besluit), ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft het beroepschrift tegen het bestreden besluit ontvangen op
23 augustus 2018. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
3. In hoger beroep stelt appellant dat hij wel tijdig beroep heeft ingesteld en dat het beroepschrift is ontvangen binnen een week na het einde van de beroepstermijn.
4. De Raad oordeelt als volgt.
4.1.
Gezien de datum van het bestreden besluit diende het beroepschrift uiterlijk op 21 augustus 2018 door de rechtbank te zijn ontvangen, dan wel in ieder geval uiterlijk op die datum ter post te zijn bezorgd en binnen een week daarna door de rechtbank te zijn ontvangen. Uit de datumstempel op de envelop blijkt dat de brief op 22 augustus 2018 is afgestempeld. Het beroepschrift is op 23 augustus 2018 door de rechtbank ontvangen. Dit betekent dat het beroepschrift te laat is ingediend.
4.2.
Op grond van artikel 6:11 van Pro de Awb blijft niet‑ontvankelijkverklaring van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Met de rechtbank moet geoordeeld worden dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij het beroepschrift wel tijdig ter post heeft bezorgd.
4.3.
Uit 4.1 en 4.2 volgt dat de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. De aangevallen uitspraak zal dan ook bevestigd worden.
5. Voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2020.
(getekend) E.E.V. Lenos
(getekend) P. Boer