ECLI:NL:CRVB:2020:1368
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellante was als uitzendkracht werkzaam en meldde zich ziek met rugklachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering omdat zij volgens een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen met geschikte functies. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren vastgesteld.
In hoger beroep stelde appellante dat de medische beoordeling onvoldoende zorgvuldig was en dat de FML aangepast moest worden, met name vanwege zitproblemen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de aanvullende medische informatie van de orthopedisch chirurg de eerdere bevindingen bevestigde. De beperkingen in de FML waren ruim voldoende vastgesteld, ook rekening houdend met de rugoperatie van appellante.
De Raad volgde daarmee de rechtbank en concludeerde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren voor appellante. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd na een zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek.