Uitspraak
19.3225 MPW
OVERWEGINGEN
.In het bijzonder de uren voor zorg en huishoudelijke hulp die appellant afneemt. Tevens heeft hij verzocht om vergoeding van medische reiskosten in verband met de dagbesteding bij [VOF] .
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een voormalige beroepsmilitair met PTSS, verzocht om vergoeding van medische reiskosten voor dagbesteding bij een instelling die geen erkende zorginstelling is volgens de Regeling onkostenvergoeding gewezen defensiepersoneel.
De staatssecretaris wees de vergoeding af omdat de instelling niet erkend is, een standpunt dat door de rechtbank werd bevestigd. In hoger beroep erkende appellant dat het geschil over het verantwoordingsvrije bedrag niet langer wordt gehandhaafd, waardoor dit punt buiten beschouwing blijft.
De Raad oordeelde dat de Regeling expliciet vereist dat de zorginstelling erkend moet zijn om reiskosten te vergoeden, ter voorkoming van vergoeding van alternatieve geneeswijzen. Omdat de dagbesteding wel door de gemeente wordt vergoed via een hardheidsclausule, maar een dergelijke clausule ontbreekt in de Regeling, kon de vergoeding niet worden toegekend.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De vergoeding van medische reiskosten voor dagbesteding bij een niet-erkende zorginstelling wordt afgewezen.