ECLI:NL:CRVB:2020:1295
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening militair invaliditeitspensioen
Verzoeker heeft een verzoek om herziening ingediend tegen de uitspraak van de Raad van 10 januari 2020 met betrekking tot de toekenning van een militair invaliditeitspensioen. Hij stelde dat hij op grond van een brief van de staatssecretaris van Defensie van 4 december 2019 mocht vertrouwen op toekenning van het pensioen en de gevraagde voorzieningen.
De Raad oordeelde dat het rechtsmiddel van herziening slechts openstaat voor nieuwe feiten of omstandigheden die voor de uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Verzoeker heeft echter geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd zoals bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De brief van 4 december 2019 werd niet als nieuw feit beschouwd, omdat deze geen betrekking had op de inhoud van de zaak, maar een verzoek bevatte om een vragenlijst in te vullen over de dienstverlening van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. De Raad concludeerde dat verzoeker feitelijk een hernieuwde discussie over de zaak wilde voeren, wat niet is toegestaan.
Daarom werd het verzoek om herziening afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.