ECLI:NL:CRVB:2020:1281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig indienen beroepsgronden en onvolledig griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Zij werd erop gewezen dat een griffierecht van €131,00 moest worden betaald binnen een gestelde termijn. Ondanks meerdere aanmaningen betaalde zij slechts €100,00 en niet het volledige bedrag binnen de termijn.
Daarnaast bevatte het beroepschrift geen gronden van beroep, terwijl dit volgens de Algemene wet bestuursrecht verplicht is. Appellante kreeg meerdere kansen om dit te herstellen, maar liet deze termijnen ongebruikt voorbijgaan.
Op grond van deze feiten oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen reden om het beroep inhoudelijk te behandelen of proceskosten toe te kennen. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum en uitgesproken op 18 juni 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het volledige griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden.