ECLI:NL:CRVB:2020:1279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nabestaandenuitkering wegens ontbreken ANW-verzekering echtgenoot
Appellante, woonachtig in Tunesië, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot, die in Nederland had gewerkt en AOW ontving, maar op het moment van overlijden in Tunesië woonde.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW, noch op grond van Nederlandse noch Tunesische wetgeving, en ook niet had deelgenomen aan een vrijwillige ANW-verzekering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep onderschreef deze beslissing in hoger beroep.
Appellante voerde aan dat haar moeilijke financiële situatie en de aanwezigheid van een studerende zoon van 18 jaar tot toekenning van de uitkering zouden moeten leiden, maar de Raad oordeelde dat de dwingende bepalingen van de ANW geen ruimte bieden voor afwijking. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
De Raad merkte tevens op dat verzoeken om vervroegd ouderdomspensioen of studiebeurs buiten deze procedure vallen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de nabestaandenuitkering wegens het ontbreken van ANW-verzekering van de echtgenoot.