ECLI:NL:CRVB:2020:1278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn voor ANW
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot, die een AOW-pensioen ontving en in Marokko was overleden. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW, aangezien hij niet in Nederland woonde of werkte en zich niet vrijwillig had verzekerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het feit dat appellante bereid was premies te betalen voor vrijwillige verzekering dit niet veranderde. Ook was de echtgenoot niet verzekerd onder de Marokkaanse wetgeving. In hoger beroep voerde appellante aan recht te hebben op de uitkering vanwege haar ziekte.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank volledig en stelde dat de slechte gezondheid van appellante geen grond is om af te wijken van de wettelijke bepalingen. Het vervallen van artikel 26 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring der verzekerden volksverzekeringen 1999 sinds 1 januari 2000 betekent dat het AOW-pensioen niet meer leidt tot verplichte verzekering voor de ANW. Het hoger beroep werd verworpen en de afwijzing van de nabestaandenuitkering bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor een nabestaandenuitkering wordt afgewezen omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW.