ECLI:NL:CRVB:2020:1251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten onder curatelestelling wegens overschrijding vermogensgrens
Appellante diende op 10 november 2016 een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor de kosten van ondercuratelestelling van €1.078,70 voor het jaar 2016. Het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen wees deze aanvraag af omdat appellante een vermogen had dat de toepasselijke vermogensgrens overschreed. Dit werd bevestigd bij bezwaar en leidde tot het bestreden besluit.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Zij oordeelde dat de kosten van ondercuratelestelling zijn opgekomen op 1 januari 2016 en dat de draagkracht volgens de beleidsregels op die datum moet worden berekend. Aangezien appellante op die datum een vermogen boven de vermogensgrens had, was de afwijzing terecht.
In hoger beroep herhaalde appellante haar eerdere bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor kosten onder curatelestelling wordt bevestigd wegens overschrijding van de vermogensgrens.