ECLI:NL:CRVB:2020:1245
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing nabestaandenuitkering op grond van ANW wegens ontbreken verzekering
Appellante, woonachtig in Marokko, heeft een nabestaandenuitkering aangevraagd op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot in 2004. De aanvraag werd afgewezen omdat de echtgenoot niet verzekerd was voor de ANW op het moment van overlijden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat ook geen vrijwillige verzekering of verzekering onder Marokkaanse wetgeving bestond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar financiële situatie moeilijk was en dat haar echtgenoot een ouderdomspensioen uit Nederland ontving. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank volledig en stelde dat de financiële situatie geen grond is om af te wijken van de wettelijke bepalingen van de ANW.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien tot een veroordeling in proceskosten. De uitspraak is gedaan door voorzitter M.A.H. van Dalen-van Bekkum en uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de nabestaandenuitkering wordt bevestigd.