ECLI:NL:CRVB:2020:1241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand wegens niet overleggen bankafschriften
Appellant had eerder bijstand ontvangen van een andere gemeente en diende op 12 februari 2018 een nieuwe aanvraag in bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college verzocht appellant meerdere malen om bankafschriften van de laatste drie maanden, maar appellant leverde deze niet volledig aan.
Het college wees de aanvraag af wegens schending van de inlichtingenverplichting, omdat de ontbrekende bankafschriften noodzakelijk waren voor een compleet financieel overzicht en daarmee voor het vaststellen van het recht op bijstand. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college bevoegd was de aanvraag te behandelen en dat de gevraagde bankafschriften over de periode na 24 januari 2018 essentieel waren. Het enkele feit dat appellant eerder bijstand had ontvangen van een andere gemeente deed hieraan niet af. Ook het niet vragen om uitstel voor het aanleveren van bankafschriften werd meegewogen. Het hoger beroep werd verworpen en de afwijzing bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens het niet overleggen van bankafschriften wordt bevestigd.