ECLI:NL:CRVB:2020:1205
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate arbeidsongeschiktheid WIA op 46,85%
Appellant was werkzaam als beveiligingsmedewerker en meldde zich ziek na een verkeersongeval met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat appellant belastbaar was met beperkingen opgenomen in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 4 oktober 2017. De mate van arbeidsongeschiktheid werd aanvankelijk vastgesteld op 43,50%, maar na bezwaar verhoogd naar 46,85%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, mede ondersteund door een onafhankelijke psychiatrische expertise. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij door pijn- en psychische klachten niet in staat was tot arbeid, maar dit werd door de Raad verworpen omdat de gronden herhaling waren van eerdere bezwaren en het UWV voldoende gemotiveerd had dat de FML juist was.
De Centrale Raad van Beroep concludeert dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid heeft vastgesteld en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid terecht heeft vastgesteld op 46,85%.