ECLI:NL:CRVB:2020:1089
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De gemachtigde van appellant is op 29 oktober 2019 schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €128,- en de uiterste betaaldatum. Bij een aangetekende brief van 29 november 2019 is nogmaals gewezen op het belang van tijdige betaling en de consequenties van niet-betaling.
Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn voldaan. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven, en uitgesproken op 12 mei 2020. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.