ECLI:NL:CRVB:2020:1073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen beslissingen van het UWV inzake WIA-zaken. Het UWV heeft vervolgens op bezwaar gewijzigde beslissingen genomen die volledig tegemoetkomen aan de bezwaren van appellante. Hierdoor heeft appellante haar hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot proceskostenvergoeding toegewezen. De Raad oordeelde dat het UWV de kosten van appellante redelijkerwijs moet vergoeden, begroot op €525 voor beroep en €525 voor hoger beroep, totaal €1.050.
De uitspraak is gedaan door rechter D. Hardonk-Prins en griffier K.R. van Renswoude op 6 mei 2020. Appellante kan griffierechten rechtstreeks bij het UWV verhalen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.050 aan proceskosten aan appellante.