ECLI:NL:CRVB:2019:961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WIA-uitkeringsbesluit na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, voormalig beveiliger, heeft een WIA-uitkering ontvangen wegens arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door het UWV werd zijn mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 41,58%, waarna appellant bezwaar maakte tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat de medische beoordeling door verzekeringsartsen zorgvuldig was en het oudere psychologisch rapport onvoldoende betrouwbaar was om het oordeel te wijzigen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat hij niet in de gelegenheid was gesteld deze bij een hoorzitting toe te lichten. Hij verwees naar diverse medische documenten en rapporten die volgens hem een zwaarder beeld van zijn beperkingen gaven. Het UWV handhaafde het besluit en de Centrale Raad van Beroep onderzocht de zaak.
De Raad oordeelde dat het UWV het onderzoek zorgvuldig had uitgevoerd, actuele medische informatie had meegewogen en appellant voldoende gelegenheid had geboden tot horen. Het psychologisch rapport uit 2013 was verouderd en onvoldoende betrouwbaar voor een ander oordeel. Er was geen aanleiding om het besluit te wijzigen of een deskundige te benoemen. De functies die aan appellant waren toegerekend waren medisch passend.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.