ECLI:NL:CRVB:2019:820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-vervolguitkering op grond van Wet WIA na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als supermarktmedewerker, viel uit wegens gezondheidsklachten na een motorongeval. Het UWV stelde aanvankelijk dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waarna bezwaar en beroep volgden. Na aanvullend medisch en arbeidsdeskundig onderzoek wijzigde het UWV het arbeidsongeschiktheidspercentage naar 39,85%, waardoor appellant recht kreeg op een WGA-vervolguitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het eerste besluit gegrond, maar verklaarde het beroep tegen het herzieningsbesluit ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij psychisch en fysiek meer beperkt was dan het UWV aannam, onderbouwd met een orthopedisch chirurg rapport uit een letselschadeprocedure.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, dat de verzekeringsarts de beperkingen adequaat had beoordeeld en dat het expertiserapport een ander beoordelingskader hanteerde. De geschiktheid voor de geselecteerde functies was voldoende gemotiveerd. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, waarbij het recht op een WGA-vervolguitkering wordt gehandhaafd.