Uitspraak
BESLISSING
Raad aan appellant wordt terugbetaald.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit verzet is door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard. De reden hiervoor is dat het verzetschrift te laat is ingediend; de uiterste datum voor indiening was 21 november 2018, terwijl het verzetschrift pas op 29 november 2018 bij de Raad is ontvangen.
Daarnaast is het griffierecht niet tijdig betaald, wat eveneens leidt tot niet-ontvankelijkheid. Ondanks een verzoek van de Raad aan appellant om een verklaring voor de termijnoverschrijding, is geen verschoonbare reden aangevoerd. De Raad heeft daarom het verzet afgewezen en het te laat betaalde griffierecht van €126,- terugbetaald aan appellant. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
De uitspraak bevestigt het belang van het naleven van termijnen en betaling van griffierechten in bestuursrechtelijke procedures en benadrukt de strikte toepassing van ontvankelijkheidsvereisten door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn en niet tijdige betaling van het griffierecht.