ECLI:NL:CRVB:2019:764
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant was werkzaam als productiemedewerker en meldde zich ziek met rug- en psychische klachten. Na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling stelde het UWV vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het recht op ziekengeld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische beperkingen waren onderschat en dat hij de geselecteerde functies niet kon verrichten. De Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV, omdat appellant geen nieuwe medische gegevens had overgelegd en het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de aangevallen uitspraak. Het verzoek om vergoeding van schade werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld blijft beëindigd.