ECLI:NL:CRVB:2019:747
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen procesbelang bij besluit afzien boeteoplegging en geen dwangsom verschuldigd
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en heeft bedragen als schadevergoeding ontvangen. Het college kwalificeerde deze als middelen, maar bracht deze niet in mindering op de bijstand. Het college maakte een voornemen tot boeteoplegging wegens vermeende niet-tijdige melding van deze bedragen, maar zag uiteindelijk af van het opleggen van een boete. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht tevens om een dwangsom vanwege het niet tijdig toezenden van een onderzoeksrapport.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, omdat het college afzag van de boeteoplegging en er geen toekomstige rechtsgevolgen waren. Ook wees de rechtbank het verzoek om een dwangsom af, omdat de ingebrekestelling niet betrekking had op een beschikking op aanvraag.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellant geen procesbelang had omdat het college het boetevoornemen juridisch als nooit bestaand beschouwde en er geen feitelijke gevolgen waren. Daarnaast oordeelde de Raad dat het college niet meer documenten bezat dan reeds verstrekt en dat de ingebrekestelling niet leidde tot een dwangsom. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van het college wordt bevestigd.