ECLI:NL:CRVB:2019:68
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding vergoeding huishoudelijke hulp op grond van onvoldoende gegevens
Appellante, erkend als burger-oorlogsslachtoffer met psychische invaliditeit, verzocht in maart 2017 om uitbreiding van haar vergoeding voor huishoudelijke hulp van één naar twee dagdelen per week. Verweerder, de Sociale verzekeringsbank, wees dit verzoek af omdat appellante geen voldoende gegevens had verstrekt waaruit bleek dat zij de reeds toegekende vergoeding daadwerkelijk aan huishoudelijke hulp besteedde.
Verweerder baseerde zijn besluit op artikel 4:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat het mogelijk maakt een aanvraag buiten behandeling te laten als de benodigde gegevens ontbreken en de aanvrager niet meewerkt aan het aanvullen daarvan. Appellante had tegenstrijdige verklaringen gegeven over het gebruik van huishoudelijke hulp en weigerde vervolgens om de gevraagde documenten te overleggen.
De Raad oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gelaten omdat de gevraagde gegevens noodzakelijk waren voor een juiste beoordeling en appellante redelijkerwijs over die gegevens kon beschikken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.