ECLI:NL:CRVB:2019:603
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering en schadevergoeding na zorgvuldige deskundigenbeoordeling
Appellante, die zich in 2011 ziek meldde vanwege long- en psychische klachten, kreeg door het UWV op 14 mei 2013 te horen dat zij geen recht had op een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Haar bezwaar werd door het UWV ongegrond verklaard en de rechtbank Rotterdam verklaarde haar beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten door de verzekeringsartsen waren onderschat. De Raad benoemde twee deskundigen: psychiater G.T. Gerssen en longarts dr. I. van der Lee. Beiden concludeerden dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 9 april 2013 voldoende rekening hield met haar beperkingen en dat er geen noodzaak was voor een urenbeperking of aanpassing van de FML.
De Raad oordeelde dat de deskundigenrapporten zorgvuldig, inzichtelijk en consistent waren en dat er geen reden was om aan hun oordeel te twijfelen. Uitgaande van de FML werd geconcludeerd dat appellante niet meer belastbaar was dan in de voorbeeldfuncties werd aangenomen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd. Tevens werd het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd zonder toekenning van schadevergoeding.