Uitspraak
17.1793 ZW
OVERWEGINGEN
.Het Uwv heeft appellant in aanmerking gebracht voor ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW).
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig magazijnmedewerker, meldde zich ziek na een auto-ongeluk en ontving aanvankelijk ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV stelde na een eerstejaars beoordeling vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde het ziekengeld. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de geselecteerde functies passend waren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV onvoldoende medische informatie had betrokken en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst onjuist was, waardoor verkeerde functies waren geselecteerd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant in hoger beroep dezelfde gronden aanvoerde als in eerste aanleg zonder nieuwe medische gegevens te overleggen. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en vond geen reden voor een ander oordeel.
Het hoger beroep werd verworpen, de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek om vergoeding van wettelijke rente afgewezen. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 februari 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV dat appellant geen recht heeft op ziekengeld wordt bevestigd.