ECLI:NL:CRVB:2019:449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen verlaging Wajong-uitkering niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Appellante ontving een verlaging van haar Wajong-uitkering van 75% naar 70% van het minimumloon, omdat zij geen informatie verstrekte voor de definitieve beoordeling van haar arbeidsvermogen. Zij maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd te laat ingediend. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege de termijnoverschrijding.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij het besluit op zo'n moment had ontvangen dat zij niet tijdig bezwaar kon maken. De enkele stelling van vertraagde ontvangst was onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de verlaging van haar uitkering tot problemen leidde en verzocht om een uitzondering. De Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank en stelde dat de problemen door de verlaging geen grond zijn om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de verlaging van de Wajong-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.