ECLI:NL:CRVB:2019:427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten eigen bijdrage rechtsbijstand wegens niet tijdige aanvraag
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van de eigen bijdrage voor rechtsbijstand, maar het college wees de aanvraag af omdat deze niet binnen drie maanden na afgifte van de toevoeging door de Raad voor rechtsbijstand was ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overwoog dat het recht op bijzondere bijstand in beginsel niet bestaat voor kosten die zijn ontstaan vóór de datum van aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
Appellante stelde dat de kosten pas ontstonden bij ontvangst van de advocaatnota, maar dit verweer werd verworpen. Ook het bezwaar tegen onduidelijkheid in de beleidsregel werd afgewezen, omdat de tekst duidelijk is en het college het beleid consistent toepast.
De Raad concludeerde dat de afwijzing terecht was en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage rechtsbijstand wordt bevestigd wegens niet tijdige aanvraag.