ECLI:NL:CRVB:2019:4258
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering na toetsing verbetering belastbaarheid tweede ziektejaar
Appellant, werkzaam als inpakker, meldde zich ziek met nek- en armklachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Na een eerstejaarsbeoordeling werd het recht op ziekengeld voortgezet. Bij de toetsing verbetering belastbaarheid in het tweede ziektejaar (TVB2) concludeerde een verzekeringsarts dat appellant belastbaar was met beperkingen volgens een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Een arbeidsdeskundige selecteerde vijf passende functies en berekende dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Het UWV beëindigde daarop de ZW-uitkering.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn medische beperkingen, waaronder nekhernia’s, diabetes en psychische klachten, en zijn beperkte beheersing van de Nederlandse taal. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen objectief waren vastgesteld. Ook de arbeidsdeskundige had de belastbaarheid en geschiktheid van functies voldoende gemotiveerd. De rechtbank wees het beroep af.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar bracht geen nieuwe medische gegevens in. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere overwegingen en concludeerde dat het UWV de uitkering terecht had beëindigd. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewet-uitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kan verdienen.