ECLI:NL:CRVB:2019:4151
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voortzetting Ziektewetuitkering wegens onvoldoende geschikte functies
De werknemer was werkzaam als procesoperator in opleiding en meldde zich ziek op 2 juli 2015. Na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek concludeerde het UWV dat de werknemer minder dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Het UWV besloot daarom de Ziektewetuitkering per 30 juni 2016 ongewijzigd voort te zetten.
Appellante, de werkgever, maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat er meer geschikte functies beschikbaar waren waardoor de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat de door appellante aangedragen functies onder dezelfde SBC-code vielen en daarmee niet voldeden aan het vereiste van ten minste drie verschillende functies.
In hoger beroep stelde appellante dat er wel degelijk een derde geschikte functie was, maar de Raad oordeelde dat de arbeidsdeskundige overtuigend had gemotiveerd waarom geen van de door appellante aangedragen functies geschikt was. De Raad bevestigde het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de Ziektewetuitkering terecht ongewijzigd is voortgezet.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering is terecht ongewijzigd voortgezet omdat geen derde geschikte functie is vastgesteld.