Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het verzet gegrond;
- veroordeelt de Svb in de proceskosten van het verzet van appellant tot een bedrag van
Centrale Raad van Beroep
Appellant had beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) betreffende AOW. De Raad van 8 augustus 2019 verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald.
In het verzet is gebleken dat het griffierecht wel tijdig op 5 juli 2019 was voldaan, maar door een administratieve fout op 9 juli 2019 per abuis werd teruggestort vanwege een ontbrekend betalingskenmerk. Hierdoor werd het verzet gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vervalt en wordt het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
De gemachtigde van appellant krijgt een nieuwe termijn om het griffierecht van € 47,- te voldoen. Tevens wordt de Svb veroordeeld in de proceskosten van het verzet tot een bedrag van € 512,- voor de verleende rechtsbijstand.
De uitspraak is gedaan door C.H. Bangma en uitgesproken in het openbaar op 17 december 2019.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vervalt en de Svb wordt veroordeeld in de proceskosten.