ECLI:NL:CRVB:2019:4026
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant, voormalig procesoperator, ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV beëindigde de uitkering per 15 juli 2016, omdat appellant volgens een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. Na een hernieuwde ziekmelding en medisch onderzoek per 20 september 2016, werd de uitkering opnieuw beëindigd.
Appellant maakte bezwaar tegen beide besluiten, maar het UWV verklaarde deze ongegrond. De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. De Raad onderschreef dat appellant geschikt was voor ten minste één van de geselecteerde functies.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn psychische en lichamelijke klachten, gesteund door informatie van de behandelend sector. De Raad oordeelde echter dat appellant geen nieuwe medische gegevens had ingebracht die tot een ander oordeel konden leiden en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht de Ziektewetuitkering beëindigde en dat appellant vanaf 20 september 2016 weer in staat was tot arbeid. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de Ziektewetuitkering heeft beëindigd na zorgvuldig medisch onderzoek.