ECLI:NL:CRVB:2019:402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening bijstand wegens niet gemelde bijschrijvingen
Appellant ontvangt sinds maart 2011 bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg heeft een onderzoek ingesteld naar de rechtmatigheid van de bijstand en vastgesteld dat in de periode december 2015 tot en met juni 2016 verschillende personen in totaal €930,- naar de bankrekening van appellant hebben overgemaakt.
Op 14 november 2016 heeft het college de bijstand over deze periode herzien en het teveel ontvangen bedrag van €949,84 teruggevorderd, omdat appellant deze bijschrijvingen niet had gemeld in strijd met zijn inlichtingenverplichting. Appellant erkende dat hij pas na aanvang van het onderzoek bankafschriften had overgelegd waarop de bijschrijvingen zichtbaar waren.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen deze herziening ongegrond verklaard. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij wel aan zijn inlichtingenverplichting heeft voldaan, maar de Raad oordeelt dat dit een herhaling is van eerdere standpunten die gemotiveerd door de rechtbank zijn verworpen. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de bijstand en wijst het hoger beroep af wegens schending van de inlichtingenverplichting.