ECLI:NL:CRVB:2019:4012
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij bijstandsaanvraag
Appellant diende bezwaar in tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Breda waarin zijn aanvragen om bijstand werden buiten behandeling gesteld. Het bezwaar werd echter te laat ingediend, nadat de wettelijke termijn van zes weken was verstreken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond vanwege de termijnoverschrijding. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn lichamelijke en psychische klachten hem verhinderden tijdig bezwaar te maken en dat de menselijke kant onvoldoende werd meegewogen.
De Raad beoordeelde dat de besluiten op de juiste wijze waren bekendgemaakt aan het opgegeven adres en dat het niet tijdig indienen van het bezwaar voor rekening en risico van appellant kwam. Ondanks de aangevoerde klachten ontbrak voldoende medische onderbouwing om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen.
Daarom werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en kwam de Raad niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de bijstandsaanvragen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het buiten behandeling stellen van de bijstandsaanvragen is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.