ECLI:NL:CRVB:2019:3835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen
Appellante ontvangt sinds 2008 een Wajong-uitkering vanwege visusstoornis en psychische klachten. Vanaf 2015 is de Wajong-wet gewijzigd, waarbij de uitkering kan worden verlaagd als sprake is van arbeidsvermogen. Het UWV heeft na een arbeidskundig onderzoek vastgesteld dat appellante arbeidsvermogen heeft, wat leidde tot een verlaging van haar uitkering van 75% naar 70% van het minimumloon per 1 januari 2018.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze verlaging ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het UWV zorgvuldig onderzoek had gedaan en dat appellante onder voorwaarden arbeid kan verrichten, waaronder het uitvoeren van de taak 'scannen'. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet aaneengesloten een uur kan werken en dat het arbeidskundig onderzoek onzorgvuldig was, mede vanwege haar visuele beperkingen en dwanghandelingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellante arbeidsvermogen heeft. De medische en arbeidskundige onderzoeken zijn zorgvuldig en gemotiveerd, waarbij rekening is gehouden met haar beperkingen. Er is geen bewijs dat zij niet een uur aaneengesloten kan werken of de taak 'scannen' kan uitvoeren. De verlaging van de uitkering naar 70% van het minimumloon is daarom terecht bevestigd.
Uitkomst: De Wajong-uitkering van appellante is terecht verlaagd naar 70% van het minimumloon per 1 januari 2018.