Uitspraak
18.2831 ZW
drs. J.C. van Beek.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatstelijk industrieel reiniger, meldde zich ziek met klachten aan linkerhand en -pols en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waarop het recht op ziekengeld werd beëindigd.
Appellant voerde bezwaar aan met aanvullende medische informatie en stelde dat zijn beperkingen aan linkerpols en rechterhand onderschat waren en dat hij de geselecteerde functies niet kon verrichten. De arbeidsdeskundige paste de functies aan, maar bleef bij de conclusie dat appellant voldoende verdiencapaciteit had.
De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat de functies passend waren. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere overwegingen. De Raad vond geen aanleiding voor een andere beoordeling en wees het verzoek om een onafhankelijke deskundige af.
De Raad bevestigde het besluit dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld omdat hij meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld wordt bevestigd.