ECLI:NL:CRVB:2019:3678
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering bij bereiken pensioengerechtigde leeftijd en afwijzing toeslagaanvraag
Appellante ontving sinds 1988 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. In 2017 werd haar uitkering beëindigd omdat zij de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt, zoals voorgeschreven in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet. Tevens werd een aanvraag om een toeslag op grond van de Toeslagenwet afgewezen omdat haar inkomen hoger was dan het toepasselijke sociaal minimum.
Appellante verzocht om een herbeoordeling en wijziging van haar medische status, met name om erkenning van fysieke klachten naast psychische klachten. Dit verzoek werd afgewezen omdat dit geen invloed had op de hoogte van de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en wees ook het verzoek tot herziening van een eerdere beschikking af.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak en oordeelde dat de beëindiging van de uitkering en de afwijzing van de toeslagaanvraag in overeenstemming zijn met de dwingende wettelijke bepalingen. Het verzoek om vergoeding van proceskosten werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Beëindiging WAO-uitkering en afwijzing toeslagaanvraag bevestigd; hoger beroep afgewezen.