ECLI:NL:CRVB:2019:3546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-indienen beroepsgronden
Appellante diende meerdere bezwaarschriften in tegen afwijzingen van bijzondere bijstand voor griffierecht. Na het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp geen dwangsommen verschuldigd te hebben verklaard, stelde appellante beroep in. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellante niet reageerde op brieven waarin zij werd verzocht haar beroepsgronden kenbaar te maken.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij het advies van de commissie Bezwaar- en Beroepschriften niet had ontvangen en dat haar niet-tijdige reactie verschoonbaar was. De Raad oordeelde dat appellante tweemaal de gelegenheid had gekregen om binnen een termijn van vier weken haar gronden in te dienen en dat zij geen enkele reactie gaf.
De Raad concludeerde dat de rechtbank terecht gebruik maakte van haar bevoegdheid appellante niet-ontvankelijk te verklaren. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van appellante wegens het niet indienen van beroepsgronden.