Uitspraak
18.2345 WLZ
CIZ
mr. J.E. Koedood.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, bekend met het Cornelia de Lange syndroom, vroeg op 18 augustus 2016 een indicatie aan voor langdurige zorg (Wlz). Het CIZ stelde het zorgprofiel 4VG vast met ingang van 29 september 2016, zes weken na ontvangst van de aanvraag. Appellant maakte bezwaar tegen de ingangsdatum en het zorgprofiel, stellende dat het zorgprofiel 5VG passender is en de indicatie eerder zou moeten ingaan.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het zorgprofiel 4VG juist was vastgesteld op basis van medische adviezen en dat de ingangsdatum conform beleidsregels was vastgesteld. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank. De Raad stelde vast dat het zorgprofiel 4VG passend is omdat er geen noodzaak is voor gerichte begeleiding gericht op gedragsproblematiek, zoals vereist voor zorgprofiel 5VG. Ook was er geen aanleiding om de ingangsdatum van de indicatie te vervroegen, mede omdat appellant tijdig een passende maatwerkvoorziening ontving en niet aannemelijk had gemaakt dat hij eerder Wlz-zorg nodig had.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het zorgprofiel 4VG en de ingangsdatum 29 september 2016 van de Wlz-indicatie.