ECLI:NL:CRVB:2019:3477
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na herbeoordeling
Appellant was sinds 2009 ziekgemeld en ontving vanaf 2011 een WGA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een verzoek tot herbeoordeling door de voormalig werkgever heeft het UWV in 2015 besloten de WIA-uitkering per 15 februari 2016 te beëindigen op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 17 maart 2016 een juiste weergave gaf van de medische belastbaarheid. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn belastbaarheid was afgenomen en verwees naar een rapport van een reumatoloog, maar dit werd door het UWV weersproken.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de bevindingen van de rechtbank en het UWV. De medische beperkingen waren milder dan eerder vastgesteld, mede doordat appellant niet langer functioneel éénarmig werd beschouwd. De klachten waren onvoldoende onderbouwd met nieuwe medische informatie. De geselecteerde voorbeeldfuncties overschreden de medische belastbaarheid niet.
De Raad concludeerde dat de WIA-uitkering terecht is beëindigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De WIA-uitkering van appellant is terecht per 15 februari 2016 beëindigd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.