ECLI:NL:CRVB:2019:347
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eerstejaars Ziektewet: geen recht meer op ziekengeld wegens verdiencapaciteit boven 65%
Appellante, voormalig schoonmaakster, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars ZW-beoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en concludeerde een arbeidsdeskundige dat appellante nog meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen met passend werk.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) besloot daarom het recht op ziekengeld per 21 juni 2016 te beëindigen. Appellante maakte bezwaar, stellende dat zij vanwege haar gezondheid een urenbeperking behoefde, gesteund door een rapport van Inter-Psyggz. Dit bezwaar werd ongegrond verklaard na aanvullend medisch en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank bevestigde het besluit van het Uwv en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Ook in hoger beroep werd dit oordeel bevestigd. De Raad vond geen aanleiding om te twijfelen aan de deskundigenrapporten en concludeerde dat appellante in staat is om gemiddeld veertig uur per week passend werk te verrichten zonder urenbeperking.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het besluit dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld, waarbij tevens werd vastgesteld dat er geen grond is voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Appellante heeft geen recht meer op ziekengeld omdat zij meer dan 65% kan verdienen van haar maatmaninkomen.