Uitspraak
18.1691 PW-PV
mr. Ph. H. Arnold.
Centrale Raad van Beroep
Bij besluit van 28 oktober 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad de bijstand van appellant ingetrokken vanwege oncontroleerbare inkomsten uit een hennepkwekerij die op 19 oktober 2016 op zijn woonadres werd aangetroffen. De rechtbank Noord-Holland oordeelde dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door het niet melden van de hennepkwekerij, wat een rechtsgrond vormt voor intrekking van de bijstand.
Appellant kon niet aannemelijk maken in welke omvang hij werkzaamheden verrichtte of wat hij daarmee verdiende, waardoor niet kon worden vastgesteld of hij recht had op bijstand. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij onterecht was veroordeeld en dat hij voldoende bewijs had geleverd, maar hij lichtte deze gronden niet toe en herhaalde slechts eerdere argumenten.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en bevestigt de intrekking van de bijstand. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet melden van de hennepkwekerij wordt bevestigd.