ECLI:NL:CRVB:2019:3279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand zelfstandige wegens ontbreken dringende reden
Appellant heeft bijstand voor levensonderhoud aangevraagd op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Het dagelijks bestuur verleende een renteloze lening, die later definitief werd vastgesteld. Een deel van de bijstand werd omgezet in een gift, maar een bedrag van €5.878,80 werd als lening gehandhaafd en teruggevorderd.
Het geschil richt zich op de vraag of het dagelijks bestuur terecht heeft teruggevorderd. Appellant betoogde dat op grond van dringende redenen van terugvordering had moeten worden afgezien, vanwege zijn financiële situatie en het ontbreken van zekerheden zoals bij werknemers.
De Raad oordeelde dat dringende redenen alleen kunnen bestaan bij onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen die uitzonderlijk en individueel afgewogen moeten worden. De aangevoerde omstandigheden van appellant boden hiervoor geen aanleiding. Het dagelijks bestuur houdt rekening met de financiële situatie bij invordering, maar dit rechtvaardigt geen afzien van terugvordering.
De Raad bevestigde daarom de bestreden uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep af wegens ontbreken van dringende redenen.