ECLI:NL:CRVB:2019:3273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante, laatst werkzaam als postbezorger/koerier, kreeg een WIA-uitkering toegekend wegens 100% arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordeling door verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering. Appellante maakte bezwaar en beroep, waarbij de rechtbank het besluit vernietigde vanwege het vervallen van enkele functies, maar de rechtsgevolgen in stand liet.
In hoger beroep betoogde appellante dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen onderschat werden, tevens verzocht zij om een onafhankelijke deskundige vanwege het beginsel van equality of arms. De Centrale Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij de verzekeringsartsen ook informatie van de behandelend orthopedisch chirurg betrokken.
De Raad vond geen aanwijzingen dat de verzekeringsartsen onvoldoende onderzoek hadden verricht of dat appellante belemmerd was in haar verweer. De beperkingen als gevolg van artrose en andere klachten waren adequaat meegenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst. De medische geschiktheid van de geselecteerde functies was voldoende gemotiveerd. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WIA-uitkering terecht is beëindigd na zorgvuldig medisch onderzoek.