Uitspraak
17.820 ZW
21 december 2016, 16/2153 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant was metaalbewerker en meldde zich ziek na een bedrijfsongeval met fysieke en later psychische klachten. Het dienstverband eindigde in oktober 2015. Het UWV weigerde verdere ZW-uitkering vanaf juni 2016 omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen volgens een functionele mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek.
Appellant voerde in beroep en hoger beroep aan dat zijn beperkingen, waaronder PTSS, onderschat waren. De rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat de beperkingen in de FML juist waren vastgesteld. De verzekeringsartsen concludeerden dat appellant mentaal belastbaar was voor passend werk.
Hoewel appellant zich in 2017 opnieuw ziek meldde met toegenomen klachten, was dit na de relevante beoordelingsdatum. De Raad achtte de latere medische situatie niet relevant voor de beoordeling per 5 juni 2016. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De ZW-uitkering van appellant is terecht beëindigd omdat hij in staat is de geselecteerde functies uit te oefenen.