ECLI:NL:CRVB:2019:3130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten en tandheelkundige zorg
Appellant, bijstandontvanger in Heerenveen, vroeg bijzondere bijstand aan voor inrichtingskosten, tandheelkundige zorg en aanschaf van een wasmachine. Het college wees dit af omdat de inrichtingskosten en wasmachinekosten vóór de aanvraag waren voldaan en de tandheelkundige kosten onder de zorgverzekering vielen als voorliggende voorziening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad overwoog dat bijzondere bijstand niet wordt toegekend voor kosten die al voldaan zijn bij aanvraag en dat de zorgverzekering toereikend is voor tandheelkundige kosten, tenzij sprake is van acute noodsituatie of blijvend letsel, wat niet was aangetoond.
Appellant stelde dat het college een dwangsom verschuldigd was wegens niet tijdig beslissen, maar de Raad wees dit af omdat geen ingebrekestelling was gedaan. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijzondere bijstand bevestigd.