ECLI:NL:CRVB:2019:3057
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam geweest als begeleidster gehandicaptenzorg, ontving sinds 2002 een WAO-uitkering die in 2014 werd herzien van 80-100% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar handhaafde het UWV dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen adequaat waren vastgesteld.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen groter waren en dat zij ten onrechte niet was opgeroepen voor een spreekuur door de deskundige. De Raad benoemde een onafhankelijke verzekeringsarts die beperkte aanpassingen aan de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adviseerde, welke door de verzekeringsarts bezwaar en beroep werden overgenomen. De arbeidsdeskundige bevestigde dat de voorbeeldfuncties passend waren bij de aangepaste FML.
De Raad oordeelde dat het deskundigenrapport zorgvuldig en overtuigend was gemotiveerd en dat de bezwaren van appellante onvoldoende aanleiding gaven tot herziening. Hoewel het UWV het besluit niet deugdelijk motiveerde, werd dit gebrek gepasseerd omdat appellante hierdoor niet benadeeld was. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid per 25 april 2014.