ECLI:NL:CRVB:2019:3041
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep ZVW afgewezen
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant, maar werd door de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellante stelde verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
Tijdens de behandeling van het verzet gaf appellante aan dat zij zich in een moeilijke levensperiode bevond, werd bestookt met brieven van verschillende instanties en geen duidelijkheid kreeg van rechtshulpverleners over de procedure. Hierdoor kon zij niet adequaat reageren en liet zij het op zijn beloop.
De Raad oordeelde echter dat deze omstandigheden niet voldoende waren om de termijnoverschrijding te verontschuldigen. Het was aan appellante om hulp van derden in te schakelen om haar belangen te behartigen. Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdig indienen zonder verschoonbare redenen.