ECLI:NL:CRVB:2019:2953
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldige medische beoordeling UWV bij WIA-uitkering
Appellante was werkzaam als [functie] bij de gemeente Purmerend en viel op 17 september 2013 uit wegens ziekte. Na beëindiging van haar dienstverband ontving zij een Ziektewetuitkering en vroeg zij een WIA-uitkering aan. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 50,96%, later aangepast naar 75,26% na bezwaar. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege onvoldoende zorgvuldige voorbereiding en motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep betoogde appellante dat het UWV haar beperkingen onvoldoende had meegewogen, met name op het gebied van boven schouderhoogte werken, hurken en knijp- en grijpkracht, en dat zij de functie van telefonist/receptionist niet kon vervullen. Het UWV handhaafde haar standpunt dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen adequaat waren verwerkt.
De Raad onderschreef de rechtbank in haar oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellante in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) voldoende waren opgenomen. Brieven van de behandelend orthopedisch chirurg en fysio-/manueel therapeut bevatten geen nieuwe gegevens die tot een ander oordeel konden leiden. De geselecteerde voorbeeldfuncties zijn medisch passend bevonden. Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.