ECLI:NL:CRVB:2019:2918
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vergoeding hotelovernachtingen vervolgde wegens onvoldoende motivering
Appellant, een vervolgde uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), vordert vergoeding van kosten voor hotelovernachtingen voorafgaand aan zijn dagbehandeling in Centrum ’45.
De Sociale verzekeringsbank (verweerder) wees de vergoeding af omdat het verblijf in het door Centrum ’45 geselecteerde hotel als adequaat en proportioneel werd beschouwd. Appellant ervoer echter overlast in dat hotel, wat eerder door verweerder werd erkend in een besluit waarbij een vergoeding voor een ander hotel werd toegekend.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd is waarom het verblijf in het oorspronkelijke hotel nu wel adequaat en proportioneel zou zijn. Dit leidt tot vernietiging van het besluit wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder moet een nieuwe beslissing nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.