Uitspraak
14.4500 ANW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat de Svb aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van € 166,- vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante stelde hoger beroep in tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin haar bezwaar tegen de afwijzing van een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) ongegrond werd verklaard. De Svb had aanvankelijk geoordeeld dat appellante geen recht had op de uitkering omdat haar partner op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de ANW.
Tijdens de procedure heeft de Svb nader onderzoek verricht in Spanje naar de verzekeringspositie van de overleden partner van appellante. Dit onderzoek wees uit dat de partner wel verzekerd was voor een nabestaandenpensioen in Spanje. Vervolgens heeft de Svb het recht van appellante op een ANW-uitkering opnieuw onderzocht, inclusief een beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid.
Op 21 mei 2019 heeft de Svb een nieuwe beslissing genomen en aan appellante alsnog een pro rata nabestaandenuitkering toegekend met ingang van 1 oktober 2012, inclusief vergoeding van wettelijke rente. Appellante gaf aan dat hiermee volledig aan haar bezwaren was voldaan, waardoor zij geen belang meer had bij verdere behandeling van het hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk en bepaalde dat de Svb het betaalde griffierecht aan appellante vergoedt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de Svb volledig aan de bezwaren van appellante heeft voldaan.