ECLI:NL:CRVB:2019:2629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor passende functies
Appellant, werkzaam als kok en beveiliger, meldde zich op 8 augustus 2012 ziek. Na een wachttijd weigerde het UWV per 6 augustus 2014 een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Appellant ontving later een Ziektewetuitkering die het UWV per 15 november 2016 beëindigde omdat hij geschikt werd geacht voor diverse functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beëindiging ongegrond, onder meer omdat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en geen nieuwe medische informatie was overgelegd die tot twijfel aan de geschiktheid leidde.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en verwees naar aanvullend onderzoek dat nog zou volgen. De Raad oordeelde echter dat de aangevoerde gronden een herhaling waren en dat geen nieuwe relevante medische informatie was ingediend. Daarom werd het bestreden besluit bevestigd en de beëindiging van de Ziektewetuitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant is terecht per 15 november 2016 beëindigd omdat hij geschikt werd geacht voor passende functies.