ECLI:NL:CRVB:2019:2588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellanten vroegen bijstand aan met ingang van 14 juni 2017, welke door het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort werd toegekend vanaf die datum. Het college wees bezwaar tegen een eerdere ingangsdatum af, en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De rechtbank oordeelde dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren om af te wijken van het uitgangspunt dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt verleend.
Appellanten stelden dat psychische klachten en taalbarrières hen verhinderden eerder bijstand aan te vragen, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt. Ook het argument dat het college een zorgplicht zou hebben om hen te attenderen op bijstand werd verworpen, aangezien het tijdig aanvragen de eigen verantwoordelijkheid van appellanten is.
Verder voerden appellanten aan dat zij onjuiste informatie van het college ontvingen, waardoor zij dachten geen aanspraak te kunnen maken op aanvullende bijstand. De Raad oordeelde dat de brief uit 2011 betrekking had op bijzondere bijstandsregelingen en niet op algemene bijstand, en dat appellanten bij onduidelijkheid contact hadden kunnen opnemen met het college.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstand wordt toegekend vanaf 14 juni 2017 zonder terugwerkende kracht.